ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7255
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring na lange tijd onvoldoende gemotiveerd wegens belangenafweging en medische situatie
Eiser werd op 2 november 1995 veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk brandstichten. Ruim vijfenhalf jaar later verklaarde verweerder hem ongewenst in Nederland, wat eiser aanvocht bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de ongewenstverklaring na zo'n lange periode nog gerechtvaardigd is, vooral omdat eiser sindsdien geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd.
Verweerder stelde dat de lange termijn verklaard werd doordat eerst de verblijfsrechtelijke bezwaarfase moest worden afgerond, maar de rechtbank constateert dat deze reden niet standhoudt gezien de langdurige en complexe procedure. Daarnaast heeft verweerder nagelaten het recidivegevaar te betrekken in de belangenafweging, terwijl dit cruciaal is.
De rechtbank weegt ook mee dat eiser psychische klachten heeft en dat terugkeer naar zijn land van herkomst, Israël of de Westbank, hem de noodzakelijke medische behandeling ontneemt. Uit een medisch advies blijkt bovendien een reëel suïcidegevaar bij gedwongen terugkeer. De rechtbank concludeert dat het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde niet zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiser, waardoor de ongewenstverklaring wordt vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering en onvoldoende belangenafweging, en beveelt een nieuw besluit.