ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6581
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering bij eerwraakgevaar
Verzoeker, afkomstig uit Afghanistan en behorend tot de Hazara-bevolkingsgroep, vreesde vervolging door zowel Afghaanse autoriteiten als familie vanwege een buitenechtelijke relatie en de dood van zijn geliefde door eerwraak. Na een afwijzing van zijn asielaanvraag door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het asielrelaas van verzoeker niet zwaarwegend genoeg was voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, lid 1, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder baseerde zijn standpunt onder meer op het ambtsbericht van 19 augustus 2002, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker terecht mocht afgaan op informatie van derden vanwege de onmogelijkheid zelf navraag te doen zonder gevaar voor eigen veiligheid. Het ambtsbericht erkent de complexiteit en ernst van eerwraak in Afghanistan, waarbij ontkomen zonder vergelding vrijwel onmogelijk is. Verweerder had onvoldoende aangetoond dat verzoeker geen gevaar liep.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €966.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en afwijzing verblijfsvergunning asiel vernietigd wegens onvoldoende motivering van het gevaar voor eerwraak.