ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel staatloze Palestijn wegens onvoldoende motivering categoriebescherming
Verzoeker, een staatloze Palestijn afkomstig uit Jenin op de Westelijke Jordaanoever, diende een aanvraag verblijfsvergunning asiel in die werd afgewezen door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van aannemelijke gronden voor bescherming en het feit dat verzoeker geregistreerd staat bij UNRWA, waardoor het Vluchtelingenverdrag niet op hem van toepassing is.
Verzoeker stelde dat hij vervolgd werd door zowel Israëlische militairen als de Palestijnse Autoriteit, mede vanwege een valse beschuldiging van betrokkenheid bij een zelfmoordaanslag. Hij overhandigde diverse rapporten, waaronder een Amnesty International-rapport over mensenrechtenschendingen in de bezette gebieden, ter onderbouwing van zijn vrees.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het categoriebeschermingsbeleid niet van toepassing is, met name omdat niet is ingegaan op de aard van het geweld en mensenrechtenschendingen zoals vereist in artikel 3.106 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Tevens werd het asielrelaas deels als onaannemelijk beoordeeld vanwege het ontbreken van documenten en onvoldoende concrete onderbouwing.
Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de motieven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het categoriebeschermingsbeleid.