ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5883
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. van Schuilenburg
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens détournement de pouvoir en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd aanvankelijk in verzekering gesteld op grond van de Uitleveringswet, maar om 11.00 uur bleek dat hij niet de persoon was die uitgezet moest worden. Desondanks bleef de inverzekeringstelling doorlopen tot 15.35 uur, waarna de vreemdeling in vreemdelingenbewaring werd gesteld. De rechtbank oordeelt dat de periode na 11.00 uur uitsluitend werd gebruikt voor vreemdelingenrechtelijke doeleinden, waarvoor geen wettelijke grondslag bestond, waardoor sprake is van détournement de pouvoir.
De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheden van de Uitleveringswet na 11.00 uur waren vervallen en dat de Politiewet geen grondslag biedt voor de nadien genomen maatregelen. Hierdoor is de bewaring onrechtmatig en dient deze te worden opgeheven. Tevens wordt aan de vreemdeling een schadevergoeding van € 850 toegekend wegens de onrechtmatige vrijheidsbeneming.
Verweerder voerde aan dat het vreemdelingenrechtelijke traject naadloos aansloot op het strafrechtelijke traject en dat de politie de tijd tussen 11.00 en 15.35 uur gebruikte voor algemene politietaken, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De uitspraak bevestigt dat de vreemdelingenrechter bevoegd is om deze vreemdelingenrechtelijke maatregelen te toetsen.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten en stelt dat tegen deze uitspraak hoger beroep openstaat bij de Raad van State. De maatregel van bewaring wordt per direct opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vreemdelingenbewaring onrechtmatig, heft deze op en kent een schadevergoeding toe.