ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5871
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdelinge werd op 17 oktober 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De Raad van State oordeelde bij uitspraak van 3 december 2002 dat deze bewaring met ingang van 29 oktober 2002 onrechtmatig was geworden en hief de bewaring op per 3 december 2002. De rechtbank behandelde vervolgens het verzoek om schadevergoeding voor de periode van 29 oktober tot en met 2 december 2002.
De vreemdelinge vorderde ook schadevergoeding voor haar minderjarige dochter die gelijktijdig in bewaring was gesteld. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de bewaring van het kind uitsluitend voortvloeide uit diens jonge leeftijd en afhankelijke positie ten opzichte van de moeder, waardoor geen zelfstandig recht op vergoeding bestond.
Verweerder verzocht om matiging van de schadevergoeding vanwege de strafrechtelijke veroordeling van de vreemdelinge tot maximaal twee jaar gevangenisstraf. De rechtbank volgde dit verzoek niet, omdat de onrechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring losstaat van de strafrechtelijke veroordeling en het schadevergoedingsverzoek niet bedoeld is als bijkomende straf.
De rechtbank baseerde de schadevergoeding op de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, die €70 per dag in bewaring voorschrijft. Voor 35 dagen werd een bedrag van €2450 toegekend. De uitspraak is onherroepelijk en de schadevergoeding wordt ten laste van de Staat der Nederlanden toegekend.
Uitkomst: Schadevergoeding van €2450 toegekend wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring van 29 oktober tot en met 2 december 2002, verzoek voor minderjarige afgewezen.