ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5319
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen van bestaan
Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende vrouw, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf bij haar partner in Nederland. De aanvraag werd door de Minister van Buitenlandse Zaken afgewezen wegens onvoldoende middelen van bestaan van de partner, die als referent fungeerde.
Eiseres stelde dat de partner wel voldoende middelen had, omdat ook fooien en maaltijden (loon in natura) die hij bij zijn werkgever ontving, als inkomen moesten worden meegeteld. De rechtbank stelde vast dat de salarisspecificaties geen uitbetaling van fooien vermeldden en dat het aan de betrokkene was om hierover openheid te geven, wat niet was gebeurd. Ook bleek niet dat fooien in de belastingheffing waren betrokken.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van de verweerder om loon in natura niet als inkomen mee te tellen, gelet op de beleidsvrijheid, niet onredelijk was. Wel was de toepassing van dit beleid inconsequent omdat de extra loonbelasting over het loon in natura wel werd meegenomen, wat strijdig was met het beleidsuitgangspunt. Desondanks bleef het loon van de partner onder de norm, zodat het middelenvereiste niet werd gehaald.
De rechtbank zag geen reden om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.