ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5308
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede aanvraag verblijfsvergunning wegens lopende reguliere aanvraag
Eisers, Iraanse nationaliteit, verblijven sinds 1998 in Nederland en hebben in 2001 herhaalde aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze reguliere aanvragen waren nog niet onherroepelijk beslist toen zij een tweede aanvraag indienden voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze tweede aanvragen af op grond van artikel 30, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, dat het indienen van een tweede aanvraag zonder inhoudelijke beoordeling verbiedt als er een lopende aanvraag is waarop rechtmatig verblijf is gebaseerd.
Eisers voerden aan dat artikel 30 Vw Pro 2000 bedoeld is om de vreemdeling te beschermen en niet om gelijktijdige aanvragen te verbieden, en dat de asielaanvragen daarom inhoudelijk beoordeeld hadden moeten worden. De rechtbank oordeelde dat dit standpunt niet kan worden gevolgd, omdat de wet en de memorie van toelichting duidelijk het imperatieve karakter van artikel 30 onder Pro c laten zien, gericht op het voorkomen van parallelle procedures.
Verder stelde de rechtbank vast dat er geen sprake is van schending van artikel 3 EVRM Pro, omdat eisers tijdens de lopende procedure tegen uitzetting beschermd zijn. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wees de tweede aanvraag voor een verblijfsvergunning af wegens lopende reguliere aanvraag en verklaarde het beroep ongegrond.