ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4575
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling op grond van openbare orde en uitzetting
Eiser is aangehouden op verdenking van een strafbaar feit en vervolgens in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het belang van de openbare orde en het oogmerk van uitzetting.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van de bewaring, met name de grond van verdenking van een strafbaar feit en het ontbreken van een geldig identiteitsdocument. De rechtbank oordeelde dat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van de strafrechtelijke aanhouding te toetsen, maar wel moet beoordelen of de gronden de bewaring kunnen dragen.
De rechtbank concludeerde dat de gronden voldoende zijn, ook al is de grond van een eerdere veroordeling ingetrokken. De verklaring van eiser over het bezit van een geldig paspoort was onvoldoende onderbouwd. De maatregel is volgens de rechtbank in overeenstemming met de wettelijke vereisten en gerechtvaardigd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.M.J. Bouwman op 13 januari 2003.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.