ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4562
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens twijfel over rechtmatig verblijf
De vreemdeling werd op 11 oktober 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij geen rechtmatig verblijf zou hebben. Deze maatregel was gebaseerd op gegevens uit een strafrechtelijk vooronderzoek waaruit bleek dat het Portugese paspoort van de vreemdeling vals zou zijn. De vreemdeling ontkende dit en stelde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef.
Tijdens de procedure bleek uit berichtgeving van de Portugese autoriteiten dat het paspoort authentiek was en de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling vaststonden. Hoewel het Nederlands Forensisch Instituut twijfels uitte over handtekeningen, was er voldoende twijfel over de juistheid van het strafrechtelijke vooronderzoek om niet vast te stellen dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was en dat de bewijslast voor rechtmatig verblijf bij de overheid lag. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van €2260 aan de vreemdeling. Tevens werden proceskosten van €1288 toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig en er is een schadevergoeding toegekend.