ECLI:NL:RBSGR:2003:AF3246
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen weigering machtiging tot voorlopig verblijf wegens bestendig verblijf in Oostenrijk
Eiser, een Syriër, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd via de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Oostenrijk, waar hij sinds 1999 verblijft op basis van voorlopige verblijfsbewijzen (Vorläufige Aufenthaltbescheinigungen). Verweerder weigerde de mvv omdat eiser geen bestendig verblijf in Oostenrijk zou hebben, aangezien hij niet over een geldige verblijfstitel beschikt.
De rechtbank oordeelt dat de interpretatie van verweerder van het begrip bestendig verblijf te eng is en niet strookt met de parlementaire geschiedenis en het oude beleidscriterium. De rechtbank stelt vast dat eiser rechtmatig in Oostenrijk verblijft in afwachting van een hoger beroepsbeslissing op zijn vluchtelingenaanvraag en dat dit voldoet aan het vereiste bestendig verblijf.
Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens een onjuiste belangenafweging en gebrek aan zorgvuldigheid. Verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast wordt de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste belangenafweging over bestendig verblijf.