ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7818
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J. Agema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling na afwijzing asielaanvraag
Eiser, een vermeende Liberiaanse vreemdeling, verbleef jarenlang illegaal in Nederland en diende een asielaanvraag in die werd afgewezen. Tijdens de AC-procedure werd zijn identiteit vastgesteld en daaropvolgend werd hij in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De gemachtigde van eiser stelde dat de vrijheidsontneming tijdens de AC-procedure onrechtmatig was, wat ook de daaropvolgende bewaring onrechtmatig zou maken. De rechtbank verwierp dit betoog en stelde dat de ophouding en bewaring voldeden aan de wettelijke vereisten en niet discriminerend waren. De identiteit van eiser was bekend en er was geen sprake van onrechtmatige vrijheidsontneming voorafgaand aan de bewaring.
Verder oordeelde de rechtbank dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf, het ontbreken van identiteitsbewijs, geen vaste verblijfplaats, en het risico dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken. De rechtbank achtte het zicht op uitzetting voldoende en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring.