ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7226
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij verzoeken om opvang en overplaatsing asielzoekers
Eisers, een gezin van Turkse nationaliteit, hebben meerdere aanvragen om verblijfsvergunningen ingediend die zijn afgewezen. Zij verzochten het COA om opvang en overplaatsing naar een ander opvangcentrum. De rechtbank oordeelt dat het verzoek om opvang geen aanvraag in de zin van de Awb is, omdat eiser niet in een situatie verkeert die recht geeft op opvang volgens de geldende regelgeving en beleid.
De feitelijke weigering aan de poort van het opvangcentrum wordt niet aangemerkt als een besluit in de zin van de Wet COA, omdat deze geen wijziging in rechtsgevolgen teweegbrengt. Het verzoek om overplaatsing valt niet onder de bevoegdheid van de vreemdelingenrechter en dient eerst via bezwaar te worden behandeld.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om opvang en overplaatsing. Het beroepschrift wordt doorgezonden als bezwaar aan het bevoegde orgaan en het verzoek om voorlopige voorziening wordt doorgezonden naar de rechtbank Arnhem. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en zendt het door als bezwaar; het verzoek om voorlopige voorziening wordt doorgezonden naar rechtbank Arnhem.