ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7194
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting opvang en uitstel uitzetting wegens medische omstandigheden
Verzoekers, een Armeens echtpaar, hadden asiel aangevraagd en waren afgewezen. De man was rolstoelafhankelijk en ontving thuiszorg. Verzoekers verzochten om voortzetting van opvang en uitstel van uitzetting vanwege zijn gezondheidstoestand.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van schrijnende humanitaire omstandigheden en de vraag of uitzetting verantwoord is, exclusief bij de staatssecretaris van Justitie ligt. Het advies van het Bureau Medische Advisering gaf aan dat de man medisch gezien in staat was te reizen en dat er geen acute noodsituatie bestond.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 en stuurde het door als bezwaar. De verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen omdat verzoekers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het medische advies onjuist was en omdat de rechter niet mag treden in de beleidsafweging van de wetgever.
De opvang eindigde van rechtswege na afloop van de vertrektermijn en het COA hoefde geen zelfstandige beoordeling te maken. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken om voortzetting opvang en uitstel uitzetting af en verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.