ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6841
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopige voorziening wegens onevenredige hardheid verblijf bij ernstig gewonde dochter
Verzoeksters hebben een vergunning voor bepaalde tijd aangevraagd om bij hun dochter te verblijven gedurende haar medische behandeling na een ernstig tramongeval. De aanvragen werden afgewezen omdat zij niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De voorzieningenrechter beoordeelt of het van onevenredige hardheid is om van verzoeksters te verlangen terug te keren naar Armenië om daar een mvv aan te vragen. Gelet op de ernstige lichamelijke en psychische toestand van de dochter, die onder meer beide onderbenen moest laten amputeren en een langdurig revalidatietraject heeft, acht de rechter het noodzakelijk dat verzoeksters ter geestelijke ondersteuning bij haar aanwezig zijn.
Ook de Nederlandse partner van de dochter kan door spanningen in hun relatie niet de benodigde psychische steun bieden. Daarom kan niet van verzoeksters worden verlangd dat zij terugkeren naar hun land van herkomst. De voorzieningenrechter verklaart het bezwaar gegrond, wijst het verzoek toe en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen omdat terugkeer naar Armenië onevenredige hardheid oplevert.