ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6788
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vreemdelingenzaken wegens onvoldoende motivering medische toelating
Verzoekers, een Armeense man en zijn Azerbeidzjaanse echtgenote, vroegen asiel en medische toelating in Nederland vanwege ernstige nierproblemen van de man en discriminatiegevaar in Armenië. De IND wees hun verzoeken af op basis van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de medische situatie niet als asielgerelateerd werd erkend en de motivering onvoldoende was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de medische problemen ernstig zijn en dat het bestreden besluit niet voldoende gemotiveerd was, vooral omdat niet is onderzocht of de man om discriminatoire redenen geen toegang tot medische voorzieningen in Armenië heeft, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren. Tevens werd vastgesteld dat het ontbreken van een procedure voor niet-asielgerelateerde medische gronden een onaanvaardbaar gat in de rechtsbescherming vormt.
Daarom vernietigde de voorzieningenrechter het besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van verzoekers toegewezen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van artikel 3 EVRM; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.