ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6586
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende individuele toetsing veiligheid in Afghanistan
Verzoeker, een Afghaan afkomstig uit de bergstreek Paktia en lid van de stam Prangai, vreesde slachtoffer te worden van bloedwraak door de Stunkhel stam, die banden heeft met de Noordelijke Alliantie. Verweerder, de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, wees de aanvraag om een verblijfsvergunning af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gegronde redenen had om vervolging te vrezen.
De rechtbank overwoog dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat er geen centraal gezag aanwezig is waar hij bescherming kan zoeken, noch dat hij ooit bescherming had gevraagd. Ook was onvoldoende bewezen dat het risico op bloedwraak reëel was en dat dit tot vluchtelingenstatus zou leiden. Verweerder stelde dat verzoeker elders in Afghanistan een verblijfsalternatief had en beriep zich op het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire 2002/39.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen individuele toets had uitgevoerd van de veiligheidssituatie in het gebied van verzoeker, terwijl uit het overleg van 12 september 2002 bleek dat dit wel zou moeten gebeuren. Het besluit was daarom ontoereikend gemotiveerd. De rechtbank besloot het beroep gegrond te verklaren, het bestreden besluit te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ontoereikende individuele toetsing van de veiligheidssituatie.