ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6524
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van traumabeleid en minderheidssituatie
Verzoekster, een alleenstaande vrouw behorend tot de Galadi minderheidsclan uit Somalië, werd door verweerder afgewezen voor een verblijfsvergunning asiel. De afwijzing was gebaseerd op het bestaan van een binnenlands vestigingsalternatief en het ontbreken van voldoende bewijs voor vluchtelingrechtelijke vervolging of risico op onmenselijke behandeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende was ingegaan op tegenstrijdigheden in de Vreemdelingencirculaire 2000 omtrent het toepassen van het binnenlands vestigingsalternatief in combinatie met artikel 29, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens was onvoldoende gemotiveerd waarom het ambtsbericht van 4 juli 2002, dat alleenstaande vrouwen uit minderheidsgroepen in het relatief veilige deel van Somalië als kwetsbaar bestempelt, niet was betrokken bij de beoordeling.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit niet voldeed aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering zoals vereist in artikel 3:46 Awb Pro. Omdat nader onderzoek niet zou bijdragen aan een betere beoordeling, werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €966,-.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van zorgvuldigheidseisen.