ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening bij ambtshalve weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de ambtshalve weigering van de verlening van een verblijfsvergunning regulier als alleenstaande minderjarige vreemdeling en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de behandeling van het bezwaar en beroep in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 73, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de werking van het besluit tot afwijzing of intrekking van een verblijfsvergunning wordt opgeschort zolang op het bezwaar wordt beslist, behoudens enkele limitatief genoemde uitzonderingen die niet van toepassing zijn op ambtshalve weigering.
Daarom is de vertrekverplichting van verzoeker van rechtswege opgeschort, waardoor verzoeker geen belang heeft bij het verzoek om voorlopige voorziening. Tevens wordt vastgesteld dat verzoeker onjuist is geïnformeerd over zijn rechten in de rechtsmiddelenclausule van het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het verzoek, vastgesteld op € 644,-. Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet ontvankelijk verklaard omdat de vertrekverplichting van rechtswege is opgeschort.