ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5335
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onrechtmatige staandehouding en onderzoek aan kleding
Eiser werd op 16 november 2002 in bewaring gesteld nadat hij staande was gehouden bij een kantoorgebouw in een kazerne zonder toegangsrecht. Tijdens de staandehouding vertoonde eiser agressief gedrag en werd hij aangesproken in talen die hij niet begreep. Bij het onderzoek aan zijn kleding werd een geboortebewijs gevonden, waarna het vermoeden van illegaal verblijf ontstond. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek aan kleding niet rechtmatig was omdat dit plaatsvond vóór de ophouding, wat niet is toegestaan volgens artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Daarnaast was het gehoor zonder tolk, wat onrechtmatig is. De rechtbank stelt vast dat noch het gedrag van eiser, noch zijn taalachterstand een redelijk vermoeden van illegaal verblijf rechtvaardigen ten tijde van de staandehouding. Hierdoor is de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig. De bewaring wordt opgeheven met ingang van 6 december 2002.
De Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding van €1580 voor de onrechtmatige bewaring en tot betaling van proceskosten van €805. Het beroep wordt gegrond verklaard en de verdere inhoudelijke argumenten blijven onbesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en onderzoek aan kleding.