ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5186
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vestigingsalternatief in Armenië
Eisers, allen van Armeense afkomst en Russische nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland wegens etnische discriminatie en bedreigingen in de Russische Federatie. Zij stelden dat hun leven onhoudbaar was geworden door systematische discriminatie, mishandelingen en gebrek aan bescherming door autoriteiten.
Verweerder wees de aanvragen af met het argument dat eisers zich elders in de Russische Federatie of in Armenië konden vestigen, waar zij asiel konden aanvragen en bescherming konden genieten. De rechtbank oordeelde dat het Vluchtelingenverdrag geen dwingende toelatingsplicht inhoudt, maar slechts een verbod op refoulement. Het tegenwerpen van een buitenlands vluchtalternatief is onder voorwaarden toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat eisers een band hebben met Armenië en dat zij daar een redelijk vestigingsalternatief hebben, mede gelet op ambtsberichten over het verkrijgen van Armeens staatsburgerschap. Er was geen aannemelijk risico op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt afgewezen omdat eisers een redelijk vestigingsalternatief in Armenië hebben en geen reëel risico lopen op verboden behandeling.