ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4586

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
14 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01-6693
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:28 BWArt. 429c RvArt. 1 Wet conflictenrechtArt. 2 Overeenkomst van IstanboelArt. 1 Overeenkomst van Istanboel
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging geslachtsvermelding en voornaam op grond van transseksualiteit

Betrokkene, met de Luxemburgse nationaliteit en woonachtig in Nederland, verzocht de rechtbank om wijziging van de geslachtsvermelding en de voornaam in de geboorteakte. De rechtbank paste het toen geldende procesrecht toe en oordeelde dat Luxemburgs recht van toepassing is op de voornaamswijziging, die niet is uitgesloten.

De rechtbank stelde vast dat zij rechtsmacht heeft op grond van het Burgerlijk Wetboek en internationale verdragen, waarbij een redelijke uitleg van de Overeenkomst van Istanboel leidde tot het oordeel dat geslachtswijziging valt onder wijziging van de staat van personen. De rechtbank verwees naar internationale aanbevelingen en een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die de juridische erkenning van transseksualiteit ondersteunen.

Op inhoudelijke gronden concludeerde de rechtbank dat betrokkene voldoet aan de voorwaarden voor geslachtswijziging en wijziging van de voornaam. Het verzoek werd toegewezen, waarbij uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd afgewezen en kostenveroordeling niet werd opgelegd omdat betrokkene de enige partij is.

De beschikking werd uitgesproken door mr M. Dam op 14 oktober 2002, waarbij tevens de inschrijving van de geboorteakte in het Nederlandse register werd gelast.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de geslachtsvermelding en voornaam van betrokkene en gelast inschrijving in het Nederlandse geboorteregister.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
sector familie- en jeugdrecht
Enkelvoudige Kamer
Wijziging vermelding geslacht in de akte van geboorte en wijziging voornamen
rekestnummer : 01-6693
zaaknummer : 169657
datum beschikking: 14 oktober 2002
VvdH
BESCHIKKING op het op 26 oktober 2001 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
betrokkene,
procureur mr P.Quist.
FEITEN
Het verzoekschrift strekt tot:
- het gelasten van de wijziging van de vermelding van het geslacht van betrokkene in de akte van geboorte van betrokkene;
- wijziging van de voornaam van betrokkene;
- lastgeving om de akte van geboorte van betrokkene in het register van geboorten van de gemeente
's-Gravenhage in te schrijven,
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
Bij het verzoekschrift zijn - voor zover van belang - overgelegd:
- een authentiek afschrift van een akte nummer 172 van het jaar 1946, voorkomend in het register van geboorten van de gemeente Luxemburg te Luxemburg, relaterende de geboorte van betrokkene op [geboortedatum];
- uittreksels uit de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente [woonplaats], waaruit blijkt dat betrokkene de Luxemburgse nationaliteit heeft en sinds 20 juni 1990 woonplaats heeft in Nederland;
- een afschrift van een document waaruit blijkt dat betrokkene tot 26 november 2003 een rechtsgeldige verblijfstitel heeft;
- de gezamenlijk ondertekende verklaring d.d. 1 oktober 2001 -ieder voor zover het zijn of haar discipline betreft- van:
1. prof. dr. L.J.G. Gooren, als geneeskundige voor het specialisme inwendige geneeskunde ingeschreven in het register van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, en van
2. drs. K. Meyer, medisch psycholoog en als zodanig een belangrijk deel van zijn of haar werk uitoefenend binnen een instelling van gezondheidszorg.
BEOORDELING
Nu het onderhavige verzoek vóór 1 januari 2002 is ingediend, zal de rechtbank ingevolge de toepasselijke regel van overgangsrecht het procesrecht toepassen zoals dat voordien gold.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Blijkens het derde lid van artikel 1:28 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan degene die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, maar gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het verzoek woonplaats in Nederland heeft en een rechtsgeldige verblijfstitel heeft, wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte gelasten. Hieruit en uit de Memorie van Toelichting bij dit artikel (destijds 1:29a BW, MvT, TK 1981-1982, 17 297, blz. 22) blijkt dat men de mogelijkheid tot wijziging van de vermelding van de kunne uitdrukkelijk niet heeft willen beperken tot personen van Nederlandse nationaliteit en hier te lande geboren vreemdelingen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt dan ook uit het derde lid van artikel 1:28 BW Pro ten aanzien van dit deel van het verzoek dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is.
Voor wat betreft het verzoek tot voornaamswijziging komt de Nederlandse rechter vanwege de Luxemburgse nationaliteit van betrokkene in beginsel geen rechtsmacht toe, omdat artikel 2 van Pro de CIEC-overeenkomst inzake verandering van geslachtsnamen en voornamen van Istanboel van 4 september 1958, (Trb. 1960, 48, hierna: de Overeenkomst van Istanboel), die mede door Luxemburg is ondertekend, bepaalt dat iedere Overeenkomstsluitende Staat zich verbindt om veranderingen van geslachtsnamen of voornamen niet toe te staan aan onderdanen van een andere Overeenkomstsluitende Staat, tenzij zij tevens eigen onderdanen zijn. Artikel 1 van Pro de Overeenkomst van Istanboel bepaalt evenwel dat het verdrag niet van toepassing is op naamsveranderingen die uit een wijziging van de staat van personen voortvloeien. Uit de "travaux préparatoires" van deze Overeenkomst blijkt niet dat destijds in 1957 bij een wijziging van de staat van personen aan een geslachtswijziging is gedacht en, gelet op de maatschappelijke positie van transseksuelen in de (internationale) samenleving in die tijd, acht de rechtbank dit ook niet aannemelijk. De maatschappelijke opvattingen over transseksualiteit zijn echter gewijzigd en er is sprake van een internationale trend tot erkenning ervan. De rechtbank wijst in dit verband op een aanbeveling van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa, waarvan zowel Luxemburg als Nederland lid zijn, waarin ten aanzien van de positie van transseksuelen onder meer het volgende is opgenomen:
"Believing that account of the changes brought about should be taken in the transsexual's civil status records by adding such details to the original record so as to update the data concerning sex in the birth certificate and identity papers, and by authorising a subsequent change of forename",(aanbeveling nr. 1117 d.d. 29 september 1989),
en op een recent arrest van het Europees Hof van de Rechten voor de Mens van 11 juli 2002 (Appl.No 28 975/95), waarin het Hof groot belang heeft gehecht aan de onmisbare internationale trend die is gericht op de maatschappelijke aanvaarding van transseksualiteit en heeft beslist dat artikel 8 van Pro het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens voortaan de juridische erkenning van transseksualiteit vereist. Op basis van deze ontwikkelingen is de rechtbank van oordeel dat een redelijke uitleg van de Overeenkomst van Istanboel er thans toe dient te leiden dat ook een geslachtswijziging onder een wijziging van de staat van personen valt, zodat het in artikel 2 van Pro de Overeenkomst neergelegde verbod van rechtsmacht in onderhavige zaak niet van toepassing is.
Gelet op het zesde lid van artikel 429c van het Wetboek van Rechtsvordering (oud), dat bepaalde dat in zaken die leiden of kunnen leiden tot de aanvulling van een register van de burgerlijke stand of tot de inschrijving, doorhaling of wijziging daarin van een akte of latere vermelding in beginsel bevoegd is de rechter binnen wiens rechtsgebied de akte is of moet worden opgenomen, in samenhang met de toen geldende hoofdregel: "distributie bepaalt attributie", heeft de Nederlandse rechter dan ook met betrekking tot het verzoek om voornaamswijziging rechtsmacht.
Omdat betrokkene de Luxemburgse nationaliteit heeft is op grond van artikel 1, eerste lid, van de Wet conflictenrecht namen van 3 juli 1989, Stb. 1989, 288 en 419, Luxemburgs recht op het verzoek tot voornaamswijziging van toepassing.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de inhoud van het verzoekschrift en van de overgelegde stukken voldoende is komen vast te staan dat betrokkene de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan in de akte van geboorte is vermeld, dat deze overtuiging als van blijvende aard kan worden beschouwd en dat betrokkene voldoet aan de overige in de wet gestelde voorwaarden tot het gelasten van de wijziging van het geslacht in de akte van geboorte. Dit verzoek zal derhalve worden toegewezen.
De gevraagde voornaam is naar Luxemburgs recht niet uitgesloten. De verzochte voornaamswijziging is mitsdien voor toewijzing vatbaar.
Nu betrokkene de enige partij is in de onderhavige procedure heeft hij geen belang bij een kostenveroordeling, die dan ook zal worden afgewezen.
De aard van de zaak verzet zich tegen de verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zodat deze eveneens zal worden afgewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
1. gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage, van voornoemde onder nummer 172 door de ambtenaar van de burgerlijke stand te Luxemburg, Luxemburg, opgemaakte akte relaterende de geboorte van betrokkene op [geboortedatum] te Luxemburg, Luxemburg, als zoon van [vader], en [moeder], tevens houdende een kantmelding strekkend tot erkenning en wettiging van betrokkene door het huwelijk van [de man ], met [moeder], waarbij de geslachtsnaam van betrokkene is gewijzigd van "[geslachtsnaam1 ]" in "[geslachtsnaam 2]", van welke akte een fotokopie aan deze beschikking is gehecht;
2. gelast de wijziging van de vermelding van het geslacht van [verzoeker], in de akte als ingeschreven conform voormelde beslissing, van mannelijk in vrouwelijk;
3. gelast de wijziging van de voornaam "[voornaam]" van betrokkene in dier voege dat de voornaam zal luiden: "[nieuwe voornaam]".
Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr M.Dam en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2002 in tegenwoordigheid van V. van den Hoed-Koreneef als griffier.