ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4428

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
6 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 02/88271
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 94 Vw 2000Art. 95 Vw 2000Art. 106 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding

Eiseres werd op 23 november 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op uitzetting naar Bulgarije. Op 24 november 2002 stelde zij beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De zaak werd behandeld op 2 december 2002, waarbij eiseres noch haar gemachtigde niet verschenen.

Op 27 november 2002 werd eiseres verwijderd naar Bulgarije en de bewaring opgeheven. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan belang, nu de bewaring was opgeheven. Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding stelde de rechtbank vast dat eiseres geen inhoudelijke gronden had aangevoerd en niet was verschenen om deze toe te lichten.

Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af, omdat het onvoldoende was onderbouwd. Ook was er geen aanleiding om een van de partijen te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en uitgesproken op 6 december 2002.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring werd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
zittinghoudende te Utrecht
Reg.nr.: AWB 02/88271 VRONTN
UITSPRAAK op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd, althans zich noemende:
A, geboren op [...] 1981, van Bulgaarse nationaliteit, eiseres,
gemachtigde: mr. V. Senczuk, advocaat te Utrecht,
tegen een besluit van
de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
verweerder, gemachtigde: mr. F. Boone, werkzaam bij de onder verweerder ressorterende Immigratie- en Naturalisatiedienst te Den Haag.
1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Verweerder heeft op 23 november 2002 aan eiseres met het oog op de uitzetting de maatregel van bewaring ex artikel 59, eerste lid, onder a, Vw opgelegd.
Eiseres heeft hiertegen op 24 november 2002 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Het beroep strekt tevens tot toekenning van schadevergoeding.
Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 2 december 2002. Eiseres, noch haar gemachtigde is aldaar verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
2. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 94, vierde lid, Vw verklaart de rechtbank het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan, indien zij van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is.
Eiseres heeft de rechtbank verzocht de opheffing van de maatregel van bewaring te bevelen en schadevergoeding toe te kennen.
Verweerder heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep en tot afwijzing van het verzoek om schadevergoeding. Eiseres is op 27 november 2002 verwijderd naar Bulgarije en de maatregel van bewaring is per die datum opgeheven.
De rechtbank overweegt als volgt.
Blijkens een faxbericht van verweerder van 29 november 2002 is de bewaring van eiseres op 27 november opgeheven. Gelet hierop dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens gebrek aan belang.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding ingevolge artikel 106 Vw Pro overweegt de rechtbank het volgende. Eiseres noch haar gemachtigde zijn ter zitting verschenen. Eiseres heeft in haar beroepschrift geen inhoudelijke gronden voor toekenning van schadevergoeding aangevoerd en is evenmin ter zitting verschenen om de gronden van het verzoek om schadevergoeding aan te voeren, dan wel nader toe te lichten.
Nu het verzoek om schadevergoeding op geen enkele wijze is geadstrueerd acht de rechtbank geen termen aanwezig om dit verzoek toe te wijzen.
Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de rechtbank niet gebleken.
3. BESLISSING
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M.D. Aardema, lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken, en uitgesproken in het openbaar op 6 december 2002, in tegenwoordigheid van mr. P. Bruins-Langedijk, als griffier.
afschrift verzonden op: 06 december 2002
RECHTSMIDDEL
Ingevolge artikel 95 Vw Pro staat tegen deze uitspraak, voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep betreft, binnen een week na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 16113, 2500 BC Den Haag. Het beroepschrift dient één of meer grieven tegen deze uitspraak te bevatten.