ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4425
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bewaring vreemdeling wegens formele onjuistheid kennisgeving
De vreemdeling werd op 8 december 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder had de rechtbank aanvankelijk onjuist geïnformeerd over een eerdere bewaring van 29 november 2002, wat aanleiding gaf tot betwisting van de rechtmatigheid van de bewaring door de gemachtigde van de vreemdeling.
De rechtbank stelde vast dat de correcte datum van bewaring 8 december 2002 was en dat de verkeerde kennisgeving een administratieve vergissing betrof. Omdat de juiste kennisgeving tijdig was gedaan, zag de rechtbank geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten of de belangen van de vreemdeling geschaad.
Verder oordeelde de rechtbank dat de bewaring gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, het niet aanmelden bij de autoriteiten, onvoldoende bestaansmiddelen en het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken. De vreemdeling werkte niet mee aan het uitzettingsonderzoek.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor het beroep tegen de bewaring, maar niet tegen het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.