ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3792
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking voorwaardelijke vergunning tot verblijf en toepassing driejarenbeleid in vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de intrekking van voorwaardelijke vergunningen tot verblijf (vvtv) van meerdere Somalische vreemdelingen centraal, evenals de toepassing van het driejarenbeleid. Eisers stelden dat het tijdsverloop in verschillende procedures bij elkaar moest worden opgeteld om het driejarenbeleid toe te passen, terwijl verweerder dit onderscheid maakte tussen toelatingsprocedures en procedures tot intrekking van de vvtv.
De rechtbank overwoog dat jurisprudentie waarop eisers zich beroepen, met name REK-uitspraken, betrekking heeft op situaties waarin de toelatingsprocedure nog niet was beëindigd bij intrekking van de vvtv. In de onderhavige zaken was dit anders, waardoor procedures als afzonderlijk moeten worden beschouwd en tijdsverloop niet mag worden opgeteld. Dit leidde tot de conclusie dat de beroepen van eisers sub 3 tot en met 8 ongegrond zijn.
Voor eisers sub 1 en 2 oordeelde de rechtbank echter dat het driejarenbeleid wel van toepassing is vanaf het moment van intrekking van de vvtv, waardoor hun beroepen gegrond zijn verklaard en de besluiten vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De overige bezwaren, zoals het ontbreken van veilige gebieden en het niet betrekken van individuele omstandigheden, werden verworpen.
Uitkomst: De beroepen van eisers sub 1 en 2 worden gegrond verklaard en besluiten vernietigd; beroepen sub 3 tot en met 8 worden ongegrond verklaard.