ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3762
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling op grond van Vreemdelingenwet 2000 ondanks onjuiste proces-verbaal
Eiser is in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelde of deze maatregel rechtmatig was en of de belangenafweging in redelijkheid was gemaakt.
De rechtbank constateerde dat er een onjuiste weergave in het proces-verbaal van het gehoor was, wat als onduldbaar werd gekwalificeerd. Verweerder had niet gehandeld conform de beleidsregels uit de Vreemdelingencirculaire 2000. Desondanks oordeelde de rechtbank dat dit gebrek niet zwaar genoeg woog om de bewaring op te heffen, omdat de belangen van bewaring zwaarder wegen gezien de verdenking van een misdrijf, het ontbreken van een vaste verblijfplaats en het risico dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken.
Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij zodanig in zijn belangen was geschaad dat opheffing van de bewaring noodzakelijk was. Bovendien werd vastgesteld dat verweerder voortvarend werkte aan de uitzetting, die op korte termijn zou plaatsvinden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.