ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3741
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij weigering verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een Turkse nationaliteit hebbende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel die is afgewezen. Tegen deze afwijzing is een beroepschrift ingediend en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan om de werking van het besluit op te schorten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat op grond van artikel 82, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de werking van het besluit omtrent een verblijfsvergunning automatisch wordt opgeschort totdat op het beroep is beslist. De uitzonderingen op deze regel, genoemd in artikel 82, tweede tot en met vierde lid, zijn niet van toepassing in deze zaak.
Hoewel verzoeker de toegang tot Nederland is geweigerd en op grond van artikel 5, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 verplicht is Nederland onmiddellijk te verlaten, geldt deze verplichting niet indien een aanvraag tot verblijfsvergunning is ingediend, zoals hier het geval is.
De voorzieningenrechter volgt niet het standpunt van verweerder dat na beslissing op de aanvraag geen schorsende werking meer bestaat. Gezien de automatische opschorting van het besluit is er geen belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van belang omdat de werking van het besluit van rechtswege is opgeschort.