ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3582
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking verblijfspvergunning wegens onvoldoende motivering terugkeeroptie
Eiser diende in 1995 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel terugkeeroptie, welke werd afgewezen. In 1998 volgde een aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel vestiging/spijtoptant, eveneens afgewezen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de aanvraag niet als herhaalde aanvraag kon worden aangemerkt en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet in aanmerking kwam voor de terugkeeroptie.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag niet als herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro kon worden beschouwd, mede omdat verschillende bestuursorganen bij de besluiten betrokken waren en de mvv-eis pas vanaf december 1998 gold. Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser niet voldeed aan de criteria voor de terugkeeroptie, met name ten aanzien van de reden van remigratie, duur van verblijf, schoolopleiding en kennis van de Nederlandse taal.
De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en beval verweerder een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en wees de Staat der Nederlanden aan als partij die deze kosten en het griffierecht dient te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking van 15 augustus 2000 wordt vernietigd met het bevel tot een nieuwe beslissing.