ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2790
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.A.T. van Rens
- R.H.M. Bruin
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring ondanks familieleven en humanitaire gronden
Eiseres is ongewenst verklaard vanwege een ernstig strafbaar feit waarvoor zij acht jaar gevangenisstraf kreeg. Zij heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden en vanwege verblijf bij haar kinderen in Nederland. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor opheffing van de ongewenstverklaring, mede omdat zij nooit legaal in Nederland heeft verbleven en niet tien jaar onafgebroken buiten Nederland is geweest.
De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro leidt niet tot een ander oordeel. Hoewel de kinderen belang hebben bij haar verblijf, weegt de ernst van het delict en de opgelegde straf zwaarder. Er zijn geen objectieve belemmeringen om het familieleven buiten Nederland voort te zetten. De door eiseres aangevoerde jurisprudentie van het EHRM is niet vergelijkbaar met haar situatie.
Eiseres heeft ook verzocht om heroverweging van de ongewenstverklaring, maar de rechtbank oordeelt dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op dit verzoek wordt gegrond verklaard, maar inhoudelijk afgewezen.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het beroep tegen de vergunningaanvraag wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van eiseres af en handhaaft de ongewenstverklaring en de afwijzing van de verblijfsvergunning.