ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2424
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Turkse Koerd wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en vervolgingsgevaar
Verzoeker, een Turkse Koerd, stelde dat hij in 1992 bij verstek tot twaalf jaar gevangenisstraf was veroordeeld wegens hulp aan de PKK en dat hij sindsdien de identiteit van een neef heeft aangenomen. Hij verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Minister werd afgewezen op grond van onvoldoende aannemelijkheid van zijn identiteit en het vervolgingsgevaar.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen geloofwaardige en aannemelijke onderbouwing had geleverd, onder meer omdat hij geen documenten overlegde en zijn verklaringen over het gebruik van een vervalst identiteitsbewijs en contact met Turkse autoriteiten ongeloofwaardig waren. De kopie en gedeeltelijke vertaling van het Turkse vonnis werden als nader bewijs van een eerder ingenomen stelling betrokken, maar boden onvoldoende steun.
De rechtbank concludeerde dat de Minister zijn beoordelingsruimte redelijk had benut en dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd vastgesteld dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan een andere beoordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.