ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2404
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.B.M. Potters
- A.M.C. Kolkert
- N.W.A. Stegeman-Kragting
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen Khad/WAD
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende een asielverzoek in dat werd afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij tijdens zijn zesjarige dienstverband bij de Khad/WAD vermoedelijk op de hoogte was van en betrokken was bij mensenrechtenschendingen. Ondanks zijn beroep op het vertrouwensbeginsel en artikel 8 EVRM Pro, oordeelde de rechtbank dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het uitoefenen van zijn gezinsleven in Nederland.
De rechtbank baseerde zich op een ambtsbericht van 29 februari 2000 waarin de repressieve en gewelddadige werkwijze van de Khad/WAD werd beschreven. Eiser maakte carrière binnen deze dienst en bekleedde leidinggevende functies, wat wijst op persoonlijke betrokkenheid bij het faciliteren van misdrijven tegen de menselijkheid. Zijn betoog dat hij slechts administratieve taken verrichtte en geen directe betrokkenheid had, werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank overwoog dat het niet vereist is dat eiser persoonlijk martelingen heeft uitgevoerd; het faciliteren van dergelijke misdrijven is voldoende voor uitsluiting van bescherming. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de weigering van verblijf niet in strijd is met het recht op gezinsleven, mede vanwege het gewicht van het algemene belang bij een restrictief toelatingsbeleid.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van de overheid om het bezwaar ongegrond te verklaren en de verblijfsvergunning in te trekken, werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van toelating en intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.