ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2383
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Reer Hamar vanwege onvoldoende aannemelijkheid van vluchtelingstatus
Verzoekster, een Somalische vrouw behorend tot de bevolkingsgroep der Reer Hamar, vordert een verblijfsvergunning op grond van asiel. Zij stelt slachtoffer te zijn van geweld en vervolging vanwege haar etnische afkomst en verwijst naar jurisprudentie die categorale bescherming biedt aan leden van deze groep.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op basis van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat verzoekster geen documenten kan overleggen en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk vervolging te duchten heeft. Zij heeft verklaard geen politieke activiteiten te hebben ontplooid en geen problemen te hebben ondervonden vanwege haar geloof of afkomst. De rechtbank overweegt dat het geweld waar verzoekster slachtoffer van werd, niet verband houdt met haar etnische afkomst maar het gevolg is van willekeurig geweld en banditisme.
De rechtbank stelt vast dat de wetswijziging in artikel 31 Vw Pro 2000 verweerder een beoordelingsmarge geeft om binnen 48 uur een asielaanvraag af te wijzen indien onvoldoende aannemelijkheid bestaat. Verzoekster heeft niet onderbouwd dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat haar vluchtelingstatus niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.