ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor Somalische alleenstaande minderjarige asielzoeker tegen uitzetting
Verzoeker, een Somalische alleenstaande minderjarige asielzoeker (ama), diende op 7 oktober 1999 een aanvraag om toelating in. De IND wees deze af op grond van het beleid voor ama's, waarbij werd afgezien van een leeftijdsonderzoek omdat verzoeker als zelfredzaam werd beschouwd. Verzoeker stelde dat hij niet zelfstandig was en dat het beleid van toepassing bleef ondanks zijn meerderjarigheid op het moment van de beslissing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het oude beleid (TBV 1996/1 en B7/13 Vc (oud)) van toepassing blijft op verzoekers aanvraag, ook al is hij inmiddels meerderjarig geworden, vanwege het overgangsrecht in artikel 9.4 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Verweerder heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de vraag of adequate opvang in het land van herkomst was gewaarborgd, terwijl dit binnen zes maanden had moeten gebeuren.
De rechtbank acht het niet zorgvuldig dat verweerder pas na ruim zeventien maanden een beslissing nam en dat verzoeker pas bij de beschikking werd geïnformeerd over het afzien van het leeftijdsonderzoek. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor uitzetting wordt verboden tot vier weken na de bezwaarbeslissing. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na bezwaarbeslissing.