ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2360
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.K.B. van Daalen
- N.W.A. Stegeman-Kragting
- I.L. Haverkate
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag van Afghaanse vluchteling
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 8 november 2000 een aanvraag om toelating als vluchteling in. Verweerder nam niet tijdig een besluit op deze aanvraag, waarop eiser op 15 februari 2002 beroep instelde tegen het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank overwoog dat de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001 in werking trad en dat de aanvraag van eiser als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning werd aangemerkt. De wettelijke beslistermijn volgens de oude Vreemdelingenwet (oud) was zes maanden, derhalve uiterlijk 7 mei 2001. Verweerder had niet binnen deze termijn beslist en kon de beslistermijn niet verlengen op grond van de artikelen 42, vierde lid, of 43 van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigde het bestreden besluit en stelde verweerder een termijn van zes weken om alsnog een besluit te nemen. Tevens veroordeelde de rechtbank de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de proceskosten van eiser, begroot op €161,00, met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte aard van het geschil.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen op de asielaanvraag.