ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1539
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.J.B. Corbey
- H. Gorter
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Intrekking vluchtelingenstatus wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen in Afghanistan
Een Afghaanse hoge regeringsfunctionaris kreeg in 1995 een A-status als vluchteling, die in 2000 werd ingetrokken omdat hij bij zijn aanvraag informatie had verzwegen die hem onder artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag zou uitsluiten. De rechtbank oordeelt dat zijn hoge functies binnen het communistische regime medeverantwoordelijkheid en medewetenschap van ernstige mensenrechtenschendingen impliceren.
Hoewel eiser diverse functies noemde, gaf hij geen expliciete toelichting op zijn verantwoordelijkheden, wat van hem verwacht mocht worden. Nieuw onderzoek bracht feiten aan het licht die destijds niet bekend waren en die tot afwijzing van zijn aanvraag hadden moeten leiden. Het individuele ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken uit 2000 is zorgvuldig en inzichtelijk.
De rechtbank stelt vast dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is en dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt door relevante informatie achter te houden. Het beroep is ongegrond omdat de intrekking van de vluchtelingenstatus terecht is en artikel 3 EVRM Pro geen verplichting tot verblijf geeft. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt omdat het besluit geen strafrechtelijke aard heeft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vluchtelingenstatus bevestigd.