ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1293
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel na toegangsweigering vreemdeling
Op 26 september 2002 is aan de vreemdeling op luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en is tegelijkertijd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het dossier onvolledig was, met name ontbrak een proces-verbaal van bevindingen of een incidentnotitie van de Koninklijke Marechaussee over de toegangsweigering. De rechtbank overwoog dat dit proces-verbaal niet noodzakelijk is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel, omdat uit de beschikking blijkt dat de vreemdeling de toegang is geweigerd en hij geen administratief beroep heeft ingesteld tegen die weigering.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk is. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat de maatregel niet werd opgeheven.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de Rechtbank 's-Gravenhage op 9 oktober 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.