ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1246
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vergunning verblijf driejarenbeleid ondanks contra-indicatie diefstal
Eiser, afkomstig uit Kosovo, heeft een vergunning tot verblijf op grond van het driejarenbeleid aangevraagd nadat hij eerder uitstel van vertrek had gekregen. Bij dit uitstel was een contra-indicatie, namelijk een transactie van 200 gulden voor een diefstal in 1994, over het hoofd gezien. Na bekendwording van deze transactie werd het uitstel niet ingetrokken, maar bij de beoordeling van het driejarenbeleid werd de contra-indicatie wel tegen eiser gebruikt.
De rechtbank overweegt dat het uitstel van vertrekbeleid en het driejarenbeleid verschillende doelen dienen; het eerste betreft het materiële aspect van toelating, het tweede is begunstigend beleid. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom de contra-indicatie bij het driejarenbeleid wel kan worden tegengeworpen, ondanks het lichte karakter van het vergrijp en het ontbreken van recidive.
Eiser stelde dat de contra-indicatie niet langer tegen hem kon worden gebruikt en dat hij volledig geïntegreerd is, maar de rechtbank oordeelt dat het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000 niet van toepassing is op zijn situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op een vergunning tot verblijf op grond van het driejarenbeleid wordt ongegrond verklaard vanwege de contra-indicatie van een crimineel antecedent.