ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1240
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende zicht op uitzetting na zes maanden
Eiser zit langer dan zes maanden in bewaring met het oog op uitzetting. Verweerder heeft eiser gepresenteerd bij de Algerijnse autoriteiten onder personalia die eiser nooit heeft opgegeven, zonder de herkomst van deze gegevens te onderzoeken. De Marokkaanse autoriteiten verklaren dat eiser geen Marokkaan is, waardoor onduidelijk blijft hoe deze personalia zijn vastgesteld.
De rechtbank stelt dat hoewel de Vreemdelingenwet geen maximale duur voor bewaring stelt, na zes maanden het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld zwaarder weegt. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat er voldoende zicht op uitzetting bestaat, mede door het ontbreken van voortvarendheid en onduidelijkheden rondom de presentatie van eiser.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en beveelt opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 10 september 2002. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €322, die aan de griffier dienen te worden betaald.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende zicht op uitzetting na zes maanden.