ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0988
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating verblijf voor gezinshereniging kind met moeder in Nederland
Eiseres, een minderjarig kind uit Colombia, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging bij haar moeder, die inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft en in Nederland woont. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar moeder als verbroken werd beschouwd, mede omdat eiseres sinds 1991 duurzaam bij haar grootmoeder in Colombia verbleef.
De rechtbank overwoog dat hoewel de feitelijke gezinsband volgens verweerder verbroken zou zijn, verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen positieve verplichting bestaat om eiseres verblijf te verlenen om het gezinsleven met haar moeder in Nederland te effectueren. De situatie van eiseres vertoont sterke overeenkomsten met een eerdere uitspraak van het EHRM, waarin werd geoordeeld dat toelating tot Nederland de meest aangewezen weg is om het gezinsleven te waarborgen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres sinds haar vertrek uit Colombia contact heeft gehouden met haar moeder, die inmiddels is ingeburgerd en een Nederlands gezin heeft. Ook zijn er ernstige bezwaren tegen hereniging in Colombia, mede vanwege de gezondheid van de grootmoeder en het ontbreken van opvangmogelijkheden. Verweerder heeft niet voldoende onderzocht of de moeder redelijkerwijs voor de keuze kan worden gesteld om afstand te doen van haar opgebouwde leven in Nederland of af te zien van het gezelschap van haar dochter.
Daarom vernietigt de rechtbank de bestreden beschikking en beveelt verweerder opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en beveelt hernieuwde beslissing met inachtneming van het recht op gezinsleven.