ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9759
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking vanwege onvoldoende motivering bij verbreking feitelijke gezinsband
Eiseres diende op 29 mei 2001 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar minderjarige kinderen te kunnen verblijven. Deze aanvraag werd bij beschikking van 17 oktober 2001 afgewezen en het daaropvolgende bezwaar ongegrond verklaard op 7 maart 2002. Het geschil spitste zich toe op de vraag welke criteria gelden voor de beoordeling van de verbreking van de feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar kinderen.
Eiseres verwees in bezwaar naar een beleidsnotitie van 29 oktober 2001 die het criterium voor verbreking van de gezinsband wijzigde. Verweerder stelde dat deze beleidswijziging een toekomstige en onzekere gebeurtenis betrof en dat de beslissing op bezwaar niet hoefde te worden uitgesteld. De rechtbank stelde vast dat het beleid in de beleidsnotitie was uitgewerkt in TBV 2002/4, dat op 22 maart 2002 in werking trad, kort na de beslissing op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet volstond met de opmerking dat het beleid een toekomstige en onzekere gebeurtenis betrof, vooral omdat de referteperiode van vijf jaar in deze zaak cruciaal was. De bestreden beschikking was daardoor onvoldoende gemotiveerd en moest worden vernietigd. Verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De beschikking van 7 maart 2002 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van het nieuwe beleid.