ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9657
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling onrechtmatig wegens nalaten voorbereiding uitzetting tijdens strafrechtelijke detentie
Eiseres werd na haar strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring gesteld. Zij stelde dat deze bewaring onrechtmatig was omdat tijdens haar strafrechtelijke detentie geen voorbereidingen voor haar uitzetting waren getroffen, wat in strijd zou zijn met de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank oordeelde dat de overheid inderdaad een inspanningsverplichting heeft om zoveel mogelijk te voorkomen dat vreemdelingen na strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring worden gesteld. In deze zaak was echter geen enkele actie ondernomen ter voorbereiding van de uitzetting van eiseres tijdens haar detentie, zonder dat hiervoor een geldige reden werd gegeven.
Verweerder had zich beroepen op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarin werd gesteld dat bij ongewisse ontslagdata uit detentie geen volledige voorbereiding geëist kan worden. De rechtbank stelde echter vast dat in deze zaak de ontslagdatum bekend was, waardoor dat verweer faalde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende eiseres een schadevergoeding toe van 1110 euro. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Bouwman op 10 september 2002.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiseres wordt opgeheven wegens het niet naleven van de inspanningsverplichting door verweerder en er wordt een schadevergoeding toegekend.