ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9565
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging schendt artikel 8 EVRM door onvoldoende belangenafweging
Eiseres, van Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland voor gezinshereniging met haar ouders. Verweerder weigerde de aanvraag op grond van het beleid dat stelt dat de feitelijke gezinsband verbroken is omdat eiseres sinds haar geboorte ruim negen jaar duurzaam bij een familielid in Turkije verbleef. Tevens voldeed de referent niet aan het inkomensvereiste.
De rechtbank oordeelt dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar ouders is verbroken, mede door het langdurige verblijf bij een ander gezin en het ontbreken van voldoende bewijs van contact en financiële ondersteuning. De weigering van de mvv vormt geen inmenging in het gezinsleven, aangezien eiseres nooit een verblijfstitel had.
Echter, de rechtbank stelt dat verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder heeft niet alle relevante feiten en omstandigheden betrokken, zoals de langdurige vestiging van de ouders en andere kinderen in Nederland. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en wordt verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak en een deugdelijke motivering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met een deugdelijke belangenafweging en motivering.