ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9494
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek verzoeker
Verzoeker, behorend tot de Turks-Koerdische bevolkingsgroep, diende een aanvraag in om toelating als vluchteling in Nederland, welke door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. Tegen deze afwijzing maakte verzoeker bezwaar. Tijdens de bezwaarprocedure werd door verweerder bepaald dat uitzetting niet wordt opgeschort. Verzoeker diende vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in om uitzetting te voorkomen.
Uit een model M100 bleek dat verzoeker op 7 november 2001 met onbekende bestemming uit Nederland was vertrokken en ook zijn gemachtigde had geen contact meer met hem. De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker zich niet beschikbaar en bereikbaar hield om zijn vluchtelingenstatus kracht bij te zetten, waardoor niet kan worden aangenomen dat hij vluchteling is.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ongegrond is en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Bezwaar tegen afwijzing asielaanvraag en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens vertrek verzoeker met onbekende bestemming.