ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9486
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en weigering heropening onderzoek wegens onvoldoende gronden
Een Iraakse asielzoeker, behorend tot de Chaldeeuwse christenen, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel, welke werd afgewezen binnen de aanmeldcentrumprocedure. De verzoeker vreesde vervolging vanwege dienstweigering en persoonlijke conflicten in Irak. Hij stelde ernstige gewetensbezwaren te hebben tegen militaire dienst.
De rechtbank oordeelde dat de asielverklaring onvoldoende aannemelijk was, mede omdat verzoeker zonder problemen Irak had verlaten met een legaal paspoort en eerder zonder problemen in Jordanië, Thailand en Nepal verbleef zonder asiel aan te vragen. De gewetensbezwaren werden niet als ernstig of overtuigend beoordeeld, mede gezien zijn eerdere wapentraining bij de Baath-partij.
De rechtbank vond dat er geen reëel gevaar bestond voor vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Irak. Het verzoek tot heropening van het onderzoek op basis van nieuwe media-informatie werd afgewezen, omdat uitzetting naar Nepal werd beoogd en dit niet in strijd was met rechtsregels. De rechtbank ging ervan uit dat bij mislukking van uitzetting een hernieuwde aanvraag mogelijk blijft.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de afwijzing van de aanvraag rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.