ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9484
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag in aanmeldcentrumprocedure wegens onvoldoende bewijs van Iraakse herkomst
Verzoeker, een asielzoeker die stelt afkomstig te zijn uit Mosul, Centraal-Irak, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag werd afgewezen in de aanmeldcentrumprocedure (ac-procedure), waarbij verweerder oordeelde dat verzoeker onvoldoende bewijs leverde van zijn Iraakse herkomst.
Tijdens de zitting werd verzoeker gehoord en trad een deskundige tolk op die de gebruikte Koerdische taal analyseerde, maar geen sluitend bewijs kon leveren voor de herkomst uit Mosul. Verweerder baseerde zijn oordeel vooral op het ontbreken van reis- en identiteitspapieren en het onvermogen van verzoeker om elementaire vragen over Irak adequaat te beantwoorden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontbreken van identiteitsdocumenten niet tegen verzoeker kan worden gebruikt, maar dat de overige argumenten van verweerder voldoende waren om het besluit te dragen. Er was geen aanleiding voor een aanvullende taalanalyse en de procedure was zorgvuldig verlopen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag bevestigd afgewezen.