ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9425
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens te late toekenning van verblijfstitels afgewezen behalve studiekosten
Eisers, allen van Iraanse nationaliteit, vroegen schadevergoeding aan omdat hun verblijfstitels te laat werden toegekend, wat volgens hen leidde tot materiële en immateriële schade. De staatssecretaris wees dit verzoek af. De rechtbank beoordeelde de zaak op grond van artikel 6:162 BW Pro en jurisprudentie en concludeerde dat onvoldoende is aangetoond dat de gestelde schade het noodzakelijke en onvermijdelijke gevolg is van de late verlening van de verblijfstitels.
De rechtbank erkende wel dat de studiekosten van de dochter van eisers onder de voorwaarden van artikel 6:162 BW Pro vallen en oordeelde dat dit deel van het beroep gegrond is. Voor de overige schade, zoals gederfde inkomsten en misgelopen kinderbijslag, ontbrak het aan bewijs van een causaal verband en werd niet voldaan aan het relativiteitsvereiste omdat het doel van de verblijfstitels niet primair gericht is op het verkrijgen van arbeidsrechten.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en droeg op een nieuw besluit te nemen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard voor studiekosten van de dochter en deels ongegrond voor overige schade; proceskosten zijn toegewezen.