ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9413
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en beëindiging vertrektermijn bij schending openbare orde vreemdeling
De zaak betreft een beroep tegen de maatregel van bewaring opgelegd aan een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, die verdacht wordt van overtreding van artikelen 285 en 300 Wetboek van Strafrecht. De bewaring werd opgelegd tijdens de vertrektermijn, hetgeen eiser onrechtmatig achtte omdat de vertrektermijn formeel nog niet was verstreken.
De rechtbank overweegt dat de vertrektermijn eindigt indien de vreemdeling tijdens deze termijn een inbreuk maakt op de openbare orde of nationale veiligheid. Dit volgt uit een redelijke interpretatie van artikel 12 lid 1 onder Pro d van de Vreemdelingenwet 2000, dat ook voor de vrije termijn geldt. Omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft, is het gerechtvaardigd dat de vertrektermijn eindigt bij een dergelijke overtreding.
De rechtbank acht de maatregel van bewaring daarom gerechtvaardigd en in overeenstemming met de wet. Ook de procedure en tenuitvoerlegging van de bewaring zijn rechtmatig. De vrees dat eiser zich aan uitzetting zal onttrekken is gegrond, mede gezien de strafrechtelijke verdenking. Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de maatregel van bewaring wegens beëindiging van de vertrektermijn door schending van de openbare orde.