ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9128
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J. Tijselink
- C. de Man
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens medische en humanitaire gronden
Eisers, van Russische afkomst, hebben in 1996 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder kwalificeerde deze aanvragen als verzoeken om een vergunning onder de beperking 'medische behandeling' en wees deze af, stellende dat behandeling ook in het land van herkomst mogelijk was.
De rechtbank constateert dat verweerder nagelaten heeft een volledige toetsing te verrichten, met name aan artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000, en onvoldoende contact heeft gezocht met zorginstellingen in het land van herkomst. De medische problematiek van eisers is ernstig, met onder meer acute leukemie en psychiatrische aandoeningen, en het staken van behandeling kan leiden tot acute noodsituaties.
De rechtbank oordeelt dat de scheiding tussen toelating en uitzetting niet doorslaggevend is in deze zaak vanwege de technische onverwijderbaarheid en de medische omstandigheden. Het besluit ontbreekt aan een deugdelijke motivering omtrent de medische gevolgen van uitzetting, wat strijdig is met de Awb.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden besluiten worden vernietigd en verweerder wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunning en beveelt hernieuwde besluitvorming met inachtneming van medische en humanitaire omstandigheden.