ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar verlenging verblijfsvergunning asiel
Eiseres, van Somalische nationaliteit, had een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) die meerdere malen werd verlengd. Na een afwijzing van haar verzoek om verlenging van de vvtv, verklaarde verweerder het daarop ingestelde bezwaar niet-ontvankelijk. Eiseres stelde dat zij belang had bij een inhoudelijke beoordeling, omdat zij in het bezit was van een tijdelijke verblijfsvergunning wegens medische redenen die niet kon worden omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De rechtbank oordeelde dat het nieuwe materiële recht van de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing was en dat verweerder terecht had vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 30, onder b, Vw zich voordeed. Echter concludeerde verweerder onterecht dat het bezwaar daarom niet-ontvankelijk was. Bovendien had verweerder niet onderkend dat deze weigeringsgrond zich niet over de gehele periode van het bezwaar uitstrekte, aangezien eiseres pas vanaf 27 juli 2001 beschikte over een reguliere vergunning.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet bij een nieuw besluit de aanspraken van eiseres op een verblijfsvergunning asiel over de periode tot aan de verlening van de reguliere vergunning beoordelen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat eiseres inmiddels in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.