ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8841
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid voortzetting bewaring vreemdeling in afwachting van uitzetting
De vreemdeling, van Congolese nationaliteit, is sinds maart 2002 in bewaring gesteld in afwachting van zijn uitzetting naar de Democratische Republiek Congo. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat de bewaring rechtmatig was en beoordeelt nu of de voortzetting daarvan, gegeven de omstandigheden, nog steeds gerechtvaardigd is.
De vreemdeling had op 18 juni 2002 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag, maar de behandeling daarvan stond gepland op 19 september 2002. Ondanks dat deze termijn lang is, acht de rechtbank dit niet onrechtmatig omdat de vreemdeling niet eerder om spoed had verzocht. Verweerder heeft een nieuwe werkwijze met de Congolese autoriteiten uiteengezet, waarbij toestemming voor uitzetting op redelijke termijn verwacht wordt.
De rechtbank concludeert dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd is met artikel 96, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep van de vreemdeling wordt daarom ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.