ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8573
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel na gegrondverklaring asielberoep
De vreemdeling, van Bengalese nationaliteit, diende op 26 juni 2002 een asielaanvraag in die op 29 juni 2002 werd afgewezen, waarna een vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd. Na een eerdere ongegrondverklaring van beroep tegen deze maatregel, stelde de vreemdeling opnieuw beroep in tegen de voortzetting hiervan, tevens met een verzoek om schadevergoeding.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag op 2 augustus 2002 gegrond vanwege procedurele redenen, waarna de IND de vrijheidsontnemende maatregel voortzette op basis van een beleidswijziging die op 25 juli 2002 in werking trad. De rechtbank oordeelt dat deze beleidswijziging niet onredelijk is en dat de voortzetting van de maatregel gerechtvaardigd blijft, ook na de gegrondverklaring van het beroep.
Hoewel de gemachtigde van de vreemdeling aanvoerde dat de maatregel niet op inhoudelijke gronden was vernietigd en dat het beleid geen grond bood voor voortzetting, volgt de rechtbank dat het onderscheid tussen inhoudelijke en procedurele gronden relevant is en dat de maatregel op procedurele gronden kan worden voortgezet.
De rechtbank stelt vast dat de vreemdeling niet tijdig en volledig medewerking verleende aan het onderzoek naar zijn identiteit, wat de voortzetting van de maatregel mede rechtvaardigt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.